Kliniek Paarden

paard-980

paard-740

paard

paard

Draai/vergroot uw scherm voor uitgebreide informatie


Bij ‘De Vallei – kliniek paard’ zijn er uitgebreide mogelijkheden voor onderzoek en behandeling, inclusief laboratoriumonderzoek. Wij beschikken onder andere over digitale röntgenapparatuur, echografie, thermografische apparatuur (als een van de weinige klinieken in Nederland) en over ruime operatiefaciliteiten. Voor meer informatie, zie op deze site onder pagina ‘Over De Vallei’

Wij zijn gespecialiseerd in het behandelen van paarden met uiteenlopende kreupelheden en rugproblemen. We kijken altijd naar het paard als geheel, niet alleen naar het ogenschijnlijke probleemgebied en hebben een methode ontwikkeld die uitgaat van het bewegingsmechanisme van het paard.

Bij ‘De Vallei – kliniek paard’ zijn er uitgebreide mogelijkheden voor onderzoek en behandeling, inclusief laboratoriumonderzoek. Wij beschikken onder andere over digitale röntgenapparatuur, echografie, thermografische apparatuur (als een van de weinige klinieken in Nederland) en over ruime operatiefaciliteiten. Voor meer informatie, zie op deze site onder pagina ‘Over De Vallei’

Wij zijn gespecialiseerd in het behandelen van paarden met uiteenlopende kreupelheden en rugproblemen. We kijken altijd naar het paard als geheel, niet alleen naar het ogenschijnlijke probleemgebied en hebben een methode ontwikkeld die uitgaat van het bewegingsmechanisme van het paard.

Bij ‘De Vallei – kliniek paard’ zijn er uitgebreide mogelijkheden voor onderzoek en behandeling, inclusief laboratoriumonderzoek. Wij beschikken onder andere over digitale röntgenapparatuur, echografie, thermografische apparatuur (als een van de weinige klinieken in Nederland) en over ruime operatiefaciliteiten. Voor meer informatie, zie op deze site onder pagina ‘Over De Vallei’

Wij zijn gespecialiseerd in het behandelen van paarden met uiteenlopende kreupelheden en rugproblemen. We kijken altijd naar het paard als geheel, niet alleen naar het ogenschijnlijke probleemgebied en hebben een methode ontwikkeld die uitgaat van het bewegingsmechanisme van het paard.

Bij ‘De Vallei – kliniek paard’ zijn er uitgebreide mogelijkheden voor onderzoek en behandeling, inclusief laboratoriumonderzoek. Wij beschikken onder andere over digitale röntgenapparatuur, echografie, thermografische apparatuur (als een van de weinige klinieken in Nederland) en over ruime operatiefaciliteiten. Voor meer informatie, zie op deze site onder pagina ‘Over De Vallei’

Wij zijn gespecialiseerd in het behandelen van paarden met uiteenlopende kreupelheden en rugproblemen. We kijken altijd naar het paard als geheel, niet alleen naar het ogenschijnlijke probleemgebied en hebben een methode ontwikkeld die uitgaat van het bewegingsmechanisme van het paard.

 

Preventieve Zorg

Vaccinatie tegen influenza is verplicht wanneer het paard uitgebracht wordt op wedstrijden, maar het is zeker ook  verstandig om uw paard te vaccineren wanneer u  niet met uw paard op pad gaat. Vaak is de vaccinatie tegen influenza gecombineerd met de vaccinatie tegen tetanus. De meeste vaccins geven een goede bescherming tegen influenza gedurende 9 maanden. Daarom is één maal per jaar vaccineren eigenlijk niet voldoende voor een paard dat veel in contact komt met andere paarden van verschillende locaties.

Er is een vaccin beschikbaar dat alleen maar tegen tetanus bescherming biedt, al wordt dit in de praktijk bij paarden nauwelijks gebruikt. Dit omdat de tetanusvaccinatie gecombineerd wordt met de influenza enting.

De enting geeft alleen bescherming tegen de verkoudheid en de abortus variant. Deze bescherming is niet 100 %, maar geeft wel sterke vermindering van de symptomen en de uitscheiding van het virus door besmette paarden. Entschema luchtwegproblemen: Net als bij elke andere enting moet er eerst een basisvaccinatie worden toegediend. Vier tot zes weken na de eerste enting kan de tweede enting worden toegediend. De vaccinatie dient twee maal per jaar herhaald te worden. Veulens kunnen vanaf een leeftijd van ongeveer een half jaar worden geënt tegen rhinopneumonie. Entschema abortus: Om de kans op abortus ten gevolge van een rhinopneumonie infectie te verminderen kan een merrie op de 5e, 7e en 9e maand van de dracht worden gevaccineerd.

Als je paard alleen in Nederland blijft, loopt hij op dit moment nog geen gevaar. Niemand kan voorspellen wanneer de muggen wel in Nederland komen. Het is dus een zeer persoonlijke keuze om nu wel of niet te vaccineren tegen West Nile. Veulens kunnen vanaf 6 maanden leeftijd gevaccineerd worden. De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen met 3-5 weken tussentijd.  De vaccinatie dient jaarlijks herhaald te worden.

De insolenting kan als enige enting niet alleen worden gebruikt om het paard te beschermen tegen schimmelinfecties, maar ook bij de behandeling van schimmelinfecties. Een schimmelinfectie begint meestal met kleine bultjes en rechtovereind staande haren. Later ontstaan er ronde, kale, schilferige plekken, die vanuit het midden genezen. In principe veroorzaakt een schimmelinfectie weinig tot geen jeuk. Schimmelplekjes worden vaak gezien op plekken waar het zadel en hoofdstel zit. Voorheen ging het behandelen van schimmelinfecties met behulp van was-emulties die een aantal keer herhaald moesten worden. Het voordeel van de insol-enting  is dat het minder arbeidsintensief is, vaak eter werkt bij hardnekkige schimmel en dat het een preventieve werking heeft gedurende minimaal 9 maanden. Entschema Insol: Veulens kunnen vanaf een leeftijd van 5 maanden worden gevaccineerd. De basisvaccinatie bestaat uit een tweetal injecties met twee weken ertussen. Om beschermd te blijven moeten paarden elke 9 maanden opnieuw tweemaal met twee weken ertussen gevaccineerd worden. Het is verstandig om borstels, zadeldekjes en dekens te reinigen om herbesmetting te voorkomen.

De eerste keer dat een paard gevaccineerd wordt tegen influenza moet de vaccinatie na 4 tot 6 weken herhaald worden. Dit is nodig om het immuunsysteem te prikkelen om een voldoende beschermingsniveau te bereiken.

Veulens kunnen vanaf een leeftijd van ongeveer 6 maanden gevaccineerd worden. Het enten van jongere veulens is minder effectief omdat de afweerstoffen die het veulen opgenomen heeft uit de biest van de merrie de enting onschadelijk maken. Het gevolg hiervan zou zijn dat het veulen zelf onvoldoende weerstand op bouwt tegen de ziektes waarvoor je vaccineert. Bij veulens wordt altijd aangeraden om de enting na 4 tot 6 weken te herhalen om zo het gewenste beschermingsniveau te bereiken. Dit geld dus ook als basisvaccinatie.

Wanneer de laatste vaccinatie langer dan een jaar geleden is,  moet het paard opnieuw een basisenting krijgen.
Dit is nodig om weer  voldoende weerstand op te bouwen.

Afhankelijk van de organiserende instantie kunnen er verschillende eisen aan de vaccinatie gesteld worden.  Hieronder staan de entingschema’s voor paarden die uitgebracht worden op KNHS en FEI wedstrijden. Het is aan te raden om regelmatig op de website van de organiserende instanties te kijken, omdat de reglementen kunnen veranderen.
Vaccinatieregels KNHS
In het paspoort moet een geldig overzicht zijn geregistreerd van de aan het paard of de pony toegediende vaccinaties, inclusief de verplicht gestelde vaccinaties tegen influenza. De basisvaccinatie tegen influenza bestaat uit twee inentingen, die minimaal 21 en maximaal 92 dagen na elkaar moeten zijn toegediend. In de periode tussen deze twee entingen mag niet aan wedstrijden worden deelgenomen. Vervolgens moet jaarlijks (niet later dan 12 maanden na de vorige enting) de vervolgenting zijn gegeven. Voorbeeld: geënt op 4 maart 2006. Dan dient de vervolgenting voor of uiterlijk op 4 maart 2007 te zijn gegeven. Dit is van toepassing op alle entingen in het paspoort. Een vaccinatie dient minimaal zes dagen voor de (eerste) wedstrijd(dag) te zijn toegediend. Vermeldingen van vaccinaties zijn pas geldig als deze zijn voorzien van de entingdatum met handtekening en (praktijk)stempel van de dierenarts. Wanneer de basisenting en de vervolgentingen vroeger in een afzonderlijk vaccinatieboekje zijn vastgelegd, moet de dierenarts de volgende tekst in het Paardenpaspoort opnemen: “The vaccination history of this horse/pony is correct. Last vaccination on: DATUM”. In het paspoort van paarden of pony’s die uitsluitend tijdens KNHS-wedstrijden worden uitgebracht volstaat de regel in het Nederlands ook. De Engelse of Nederlandse regel moet wel zijn afgetekend en afgestempeld door de dierenarts. Per 1 april 2007 dient de sticker met het batchnummer van de entstof (van de vaccinatie) in het paspoort te zijn geplakt door de dierenarts. Vaccinaties die op of na 1 april 2007 zijn gegeven moeten dus zijn voorzien van deze sticker, voor vaccinaties die voor 1 april 2007 zijn gegeven geldt dit niet.
Vaccinatieregels FEI
Alle paarden die gaan deelnemen aan een FEI evenement moeten op zijn minst een basisenting paardeninfluenza hebben ondergaan. De basisenting bestaat uit een set van twee entingen, de tweede enting moet zijn gegeven tussen 21 en 92 dagen, na de eerste enting. Een derde enting moet gegeven worden binnen 6 maanden en 21 dagen na de tweede enting. Hierna moet het paard minimaal jaarlijks geënt worden tegen influenza.
Wanneer het paard zal gaan deelnemen aan een FEI evenement, moet de laatste enting zijn gegeven niet eerder dan 6 maanden en 21 dagen voor het begin van het evenement c.q. aankomst in de stallen, uitgaande van datgene wat het eerst plaatsvindt. Entingen moeten bovendien tenminste 7 dagen vóór het begin van evenement c.q. aankomst in de stallen zijn gegeven. Paarden die voor januari 2005 volgens het oude FEI reglement correct geënt waren hoeven niet opnieuw een reeks van basisentingen te ontvangen, mits zij jaarlijks correct geënt zijn en maximaal 6 maanden en 21 dagen voor het begin van het evenement geënt zijn.

Vrijwel alle paarden in Nederland hebben wormen en wormlarven in hun lichaam. Wanneer er een beperkt aantal wormen in het lichaam verblijven, levert dit geen gezondheidsproblemen op. Worden deze wormen onvoldoende bestreden dan wordt het paard besmet met een te groot aantal wormen. Door een wormbesmetting kunnen paarden last krijgen van koliek en diarree maar het kan ook resulteren in conditieverlies en dus verminderd presteren. Lange tijd bleef de bestrijding van worminfecties beperkt tot het op gezette tijden geven van een wormenkuur, maar vanwege het mogelijk resistent worden van wormen tegen wormenkuren is het belangrijk om de wormbestrijding gerichter aan te pakken.  Resistentie kan er uiteindelijk voor zorgen dat we geen middelen meer hebben waarmee wormen goed bestreden kunnen worden. Dit heeft uiteraard grote gevolgen voor de gezondheidszorg. Dit is ook de reden dat de regering besloten heeft dat wormenkuren tegenwoordig alleen nog met bij een dierenarts of met een dierenartsrecept gekocht kunnen worden.

De preventie en bestrijding van wormen heeft kort samengevat drie doelen, namelijk:

  • Het voorkomen van lichamelijke problemen bij het paard als gevolg van een wormbesmetting.
  • Het voorkomen van het besmet worden van het weiland of paddock met wormeieren/larven.
  • Het voorkomen van resistentie tegen ontwormingsmiddelen

Klik hier voor uitgebreide informatie over wormen

  • Basisschema ontwormen Veulens

Merrie en veulen dienen 6-10 dagen na de geboorte te worden ontwormd, bij voorkeur met ivermectine. Let hierbij op de dosering. N.B.: veulens jonger dan 4 maanden mogen absoluut niet ontwormd worden met moxidectine! Ontworm merrie en veulen samen elke 6-8 weken met ivermectine totdat het veulen gespeend wordt. Spoelwormen kunnen problemen opleveren bij veulens. Met behulp van een mestonderzoek kan nagegaan worden het veulen last heeft van spoelwormen. In geval van spoelwormproblemen is het raadzaam te ontwormen met pyrantel. Vanwege de vele verschillende mogelijkheden is het geven van een basisadvies na het spenen moeilijk, maar in alle gevallen geldt: Ontworm alle paarden in een groep tegelijkertijd. Nieuwe paarden eerst ontwormen en 48 uur apart houden voordat ze in de groep gezet worden. Eventueel kan voor het ontwormen mest verzameld worden om na te gaan of en in welke mate het nieuwe paard besmet is met wormen.

  • Paarden ouder dan een jaar en jonger dan 5 jaar

Het meest eenvoudige basisschema voor paarden ouder dan een jaar is deze elke drie maanden ontwormen met moxidectine. Afhankelijk hoe het paard gehouden wordt, kan dit aantal verminderd worden in overleg met de dierenarts. Gebruik eenmaal per jaar (bij voorkeur in het najaar) een combinatiepreparaat met praziquantel om mogelijke lintworminfecties te bestrijden. Het is raadzaam om eenmaal per jaar mest te onderzoeken op wormeieren om de effectiviteit van de wormbestrijding te controleren.

  • Paarden ouder dan 5 jaar

Voor kleine groepen paarden met een vaste samenstelling (die dus niet in contact komen met  mest van paarden buiten de vaste groep) is op maat ontwormen gebaseerd op regelmatig mestonderzoek mogelijk. Vereiste is hierbij wel dat de mest dagelijks uit het weiland of de paddock wordt verwijderd. Dit betekent dat we door regelmatig mestonderzoek de wormbesmetting controleren en alleen ontwormen als er een duidelijke worminfectie aanwezig is.

Wanneer u besluit een paard te kopen, dan is het verstandig het dier te laten keuren. Een keuring is geen garantie dat er in de toekomst geen problemen ontstaan, maar de kans op vervelende verrassingen wordt vele malen kleiner. Eventuele onzichtbare zaken voor de ‘gewone’ paardenliefhebber kunnen door een dierenarts wel geconstateerd worden. Veel verzekeringen vragen om een recente keuring als u uw paard wil verzekeren voor ziektekosten.

  • Klinische keuring

Bij een klinische keuring wordt er volgens een voorgeschreven protocol; volgens de groep geneeskunde van het paard; een lichamelijk onderzoek uitgevoerd. Er wordt onder andere gekeken naar het hart, de longen en het bewegingsapparaat. Een klinische keuring kan zowel op de kliniek als op locatie worden uitgevoerd. Wel is het belangrijk dat er op locatie de beschikking is over een stille ruimte om naar hart en longen te luisteren. Om de beweging van het paard te beoordelen zijn een goede harde (steen) en zachte bodem nodig waarop het paard zowel in rechte lijn als op de volte gemonsterd kan worden. Op de praktijk zijn de omstandigheden voor een klinische keuring optimaal. Bovendien kunnen er indien gewenst röntgenfoto’s genomen worden of kan er, indien nodig of gewenst, met een flexibele cameraslang (endoscopie) gekeken worden of en in welke mate een paard cornage heeft.

  • Röntgenologische keuring

Een röntgenologische keuring wordt op de praktijk uitgevoerd. Bij deze keuring worden er rontgenfoto’s gemaakt van de ondervoet, kogels, sprongen en knieën. De foto’s worden beoordeeld op het voorkomen van afwijkingen in de gewrichten. De mate van voorkomen kan worden aangegeven in een systeem van cijfers variërend van 1 tot 4. De waarderingen 1 en 2 zijn hierbij acceptabel, 3 en 4 niet meer. Met een cijfer 3 of 4 voor een gewricht wordt er gesproken van een verhoogd risico voor problemen in de toekomst. Voor een verzekeringsmaatschappij is dit meesstal een reden om dit been uit te sluiten van de verzekering. Dat wil zeggen dat eventuele problemen aan het desbetreffende been niet in aanmerking komen voor vergoeding door de verzekering Eventueel kunnen er nog aanvullende opnames gemaakt worden van de rug en hals, in overleg met uw dierenarts.

Voor voedingsadvies voor uw paard kunt u bij De Vallei uitgebreid advies krijgen. Al onze paardenartsen hebben daarvoor extra bijscholing gevolgd om de voerbehoefte en voedingstoestand van uw paard te beoordelen. Voor specifieke voedingsproblemen werken wij nauw samen met Anneke Hallebeek van Sanequi.

Sanequi
Heeft uw paard last van terugkerende klachten als diarree of koliek, dan zijn daar speciale voeders voor te verkrijgen waar wij als kliniek goede ervaringen mee opgebouwd hebben. Tevens zijn er speciaal voeders te verkrijgen voor paarden met o.a. spier- of hoefbevangenheid en klachten van vermagering.

De volgende Sanequi producten kunnen wij u aanbieden:

  • Sanequi Colon
  • Sanequi Mobility
  • Sanequi Non-Obesitas
  • Sanequi Senior
  • Sanequi Muscle
  • Sanequi Mare&Foal

Voor meer informatie over deze producten kunt u ons altijd bellen of de website raadplegen: www.sanequi.nl.

Neemt u voor het afhalen van de speciaalvoeders even contact met ons op om te kijken of deze voorradig zijn.

Orthopedie

Eén van de meest voorkomende problemen bij paarden is een kreupelheid. Dit betekent in feite dat één of meerdere benen niet ‘normaal’ gebruikt worden. Het is vervolgens aan de dierenarts om erachter te komen waar de oorzaak vandaan komt en wat eraan gedaan kan worden.

Vaak is de oorzaak een afwijking in de botten, gewrichten, spieren of pezen. Ook afwijkingen in slijmbeurzen, peesscheden, zenuwen en ligamenten kunnen kreupelheid veroorzaken. Juist bij kreupelheden die langere tijd aanhouden zien we rugklachten ontstaan. Door het ontlasten van het kreupele been verandert de houding van de rug. Juist wanneer de acute pijnlijkheid in het been over is, zal dit paard toch kreupel lopen vanuit de rug.  Andersom zien we ook kreupelheden ontstaan vanuit problemen in de rug. Ontlasten van pijnlijkheid in rug of hals resulteert heel vaak in een kreupelheid aan het been.

Elk kreupelheidsonderzoek begint bij ons volgens een vast protocol:

  1. Geschiedenis van kreupelheid: hoe lang is het paard al kreupel, is de oorzaak bekend, verandert het beeld van kreupelheid?
  2. Inspectie en palpatie paard in rust: afwijkingen aan de stand, verdikkingen, wonden etc.
  3. Beoordeling gangen: stap, draf op harde en zachte bodem zowel op de rechte lijn als de volte.
  4. Buigproeven: pijnlijkheid in bepaalde gebieden wordt erger wanneer er gedurende bepaalde tijd druk wordt uitgeoefend op gewrichten, banden en pezen.
  5. Afhankelijk van de uitkomst worden diagnostische anesthesiën  van zenuwen of gewrichten toegepast om de locatie van de kreupelheid beter vast te kunnen stellen.
  6. Als aanvullend onderzoek wordt op de Vallei gebruik gemaakt van thermografie, röntgenonderzoek en echografie.

De therapie die wordt ingezet is afhankelijk van de oorzaak. We passen moderne therapieën toe zoals:

  • PRP
  • IRAP
  • Tildren
  • Orthopedisch beslag
  • (arthroscopische) Chirurgie

Aandoeningen

  • Hoefkatrolontsteking
  • Hoefzweer
  • Spat

Bij intensieve training  en piekbelastingen tijdens het springen kunnen pezen de grens van hun vermogen overschrijden. Hierdoor ontstaat er schade in de kleine microfibrillen. Gelukkig hebben pezen een zelfherstellend vermogen om deze schade te repareren. Gezonde paarden die genoeg rust tussendoor krijgen, zullen deze schade vanzelf oplossen. Echter een probleem ontstaat wanneer de pees langere tijd (over-)belast wordt en het herstel geen kans krijgt. Op dit soort momenten kan een verkeerde beweging of een misstap al leiden tot een echte ‘peesklap’. Er is een gat onstaan in de pees, waarin de fibrillen uit elkaar zijn gescheurd. Dit gat is bloed wat uit het kapotte weefsel komt. Aan de buitenkant van het been valt dit op door de plotselinge warme en pijnlijke zwelling van het pijpbeen. Vaak lopen de paarden dan ook acuut kreupel.

Wat te doen
In het begin is het belangrijk het been goed te koelen en tegendruk te geven (evt. met bandages). Zo wordt voorkomen dat de zwelling toeneemt.  Het toedien van ontstekingsremmers door de dierenarts heeft meestal effect in de acute fase. Na ongeveer 5 dagen is de zwelling afgenomen en kan er een echo gemaakt worden om de peesschade te beoordelen.  Afhankelijk van de grootte van het defect kan er gekozen worden om een behandeling met PRP toe te passen.

Diagnostiek
Echografie is gebaseerd op geluidsgolven. Door het echoapparaat worden geluidsgolven van verschillende sterkte uitgezonden. De weerkaatsing van de geluidsgolven op verschillende organen en weefsels vormt een beeld op het scherm. Zodoende kan er een goed beeld worden verkregen van zowel zacht weefsel als botcontouren.  DGC de Vallei beschikt over een geavanceerd echoapparaat (MyLab50). Hierdoor kunnen we de echografie voor velerlei doeleinden inzetten zoals:

  • Orthopedisch onderzoek: botten, pezen  en gewrichten.
  • buik onderzoek
  • drachtigheidsonderzoek

Het maken van een echo is niet pijnlijk. In principe kunt u altijd bij het onderzoek aanwezig zijn.
De dierenarts bespreekt in veel gevallen direct de uitslag met u.

Een gewricht is de verbinding tussen twee botten. Er zijn verschillende soorten gewrichten zoals starre gewrichten in het schedel of beweegbare gewrichten van de beenderen met kraakbeen en gewrichtskapsels. Het kraakbeen bedekt de uiteinden en vermindert wrijving van de botten. Het gewrichtskapsel bedekt het gewricht en bestaat uit een stevige buitenlaag en een dunne binnenlaag. Deze dunne binnenlaag, ook wel synoviale laag genoemd, produceert het gewrichtsvloeistof. Deze vloeistof lijkt qua inhoud op eiwit en smeert het gewricht wanneer de botten over elkaar heen bewegen. Sommige delen van de buitenste laag zijn verdikt en vormen ligamenten. Deze ligamenten verbinden de botten met elkaar. Pezen verbinden spieren met botten.

Aandoeningen

Arthritis is een ontsteking van een gewricht waarbij de botten, het kraakbeen, ligamenten en gewrichtskapsels meedoen. In een geïnfecteerd of geïrriteerd gewricht neemt de hoeveelheid gewrichtsvloeistof toe en ontstaat er zwelling. Bacteriën komen in het gewricht via een wond in het kapsel waardoor er schade aan botten en kraakbeen ontstaat. Als gevolg hiervan kan het gewricht niet meer bewegen. De behandeling is intensief en bestaat uit spoelen van het gewricht gecombineerd met medicatie. In ernstige gevallen kan dit 4-6 weken duren om botschade of nieuwvorming te voorkomen.

Een verwonding van een ligament kan veroorzaakt worden door een verstuiking of verdraaiing van het gewricht. Sommige ligamenten verbinden de botten met weinig beweging, andere staan juist veel beweging toe. Wanneer een abnormale beweging op het gewricht wordt uitgeoefend, kan het ligament overrekken en scheuren. Scheurt zo’n ligament af dan is herstel vaak moeilijk en is adequate rust de enige therapie.

Fragmenten of chipjes zijn stukjes bot of kraakbeen in het gewricht. Deze kunnen pijn veroorzaken wanneer ze tussen de botten verschuiven; bij veel schade veroorzaken ze zelfs een ontsteking (arthritis). Chirurgisch verwijderen is meestal succesvol.

Een onderdeel van de knie is de knieschijf of patella. Gewoonlijk kan een paard uren op een achterbeen rusten zonder gebruik te maken van de achterbeen musculatuur. Dit is mogelijk vanwege het ‘slotmechanisme’ van de achter knie. De lus gevormd door twee patellaire ligamenten aan de knieschijf slaat om het uiteinde van het femur. Het komt voor dat het paard niet in staat is de knie ‘van het slot af’ te halen. Afhankelijk van de ernst en de herhaalbaarheid van het voorkomen, wordt er beslist wat de beste therapie is. Bij jonge paarden kan het probleem eruit groeien, wanneer de spieren beter ontwikkelen. Aanpassing van de stand van de hoeven geeft ook  al een verbetering. In een enkel geval dient er chirurgisch ingegrepen te worden.

Informatie volgt z.s.m

Rugproblemen

Informatie volgt z.s.m
Informatie volgt z.s.m
Informatie volgt z.s.m

Inwendige Ziekten

Polikliniek Inwendige Ziekten

Uw kunt met uw paard terecht voor voornamelijk poliklinische consulten op het gebied van de inwendige ziekten. De polikliniek is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van diverse aandoeningen van verschillende organen en orgaansystemen.

De focus van ons werk als dierenartsen ligt natuurlijk op de kwaliteit, maar aandacht, een goede uitleg en begeleiding van U en Uw paard vinden wij zeker zo belangrijk.

Aangezien wij de meeste aanvullende onderzoeken op de kliniek zelf kunnen doen, is het mogelijk snel en gericht tot een diagnose te komen en een behandelplan op te stellen.

Ga naar de informatiepagina van de Polikliniek Inwendige Ziekten

Schermafbeelding 2013-12-09 om 13.52.49 Schermafbeelding 2013-12-09 om 13.52.40Problemen in het maag-darm kanaal die pijn veroorzaken en andere oorzaken van abdominale pijn, worden koliek genoemd. Paarden tonen koliek op verschillende manieren welke meestal goed herkenbaar zijn voor de eigenaar of dierenarts. Meestal wordt koliek veroorzaakt door problemen in het maagdarmstelsel en met name in de dikke darm. Er zijn ook vele andere oorzaken die zonder chirurgisch ingrijpen dodelijk kunnen zijn. Koliekoperaties zijn over het algemeen kostbaar, mede vanwege de intensieve nazorg. Bij het gedomesticeerde paard is koliek de meest voorkomende doodsoorzaak. Gemiddeld krijgt op jaarbasis krijgt ongeveer 10% van alle paarden in Nederland koliek. Het is daarom belangrijk dat iedereen, die een paard heeft of er mee werkt, de verschijnselen van koliek herkent en kan beoordelen wanneer de dierenarts gebeld moet worden.

Veel voorkomende verschijnselen zijn die vaak gecombineerd voorkomen: 

  • frequent naar de buik kijken, bijten of trappen
  • vaak gaan liggen en weer opstaan
  • rollen
  • onrust, rondjes draaien in de stal
  • proberen te plassen zonder resultaat
  • flehmen
  • langere tijd geen mest gezien
  • hoge polsslag en donkere slijmvliezen
Er zijn veel verschillende oorzaken en vormen van koliek: 

  • verstopping van de dikke of dunne darm
  • krampkoliek
  • zandkoliek
  • ontsteking van de dunne dunne of dikke darm
  • wormbesmetting
  • liggingsveranderingen van de dikke darm
  • gaskoliek
  • hernia van darm
  • lipoom

Wat kunt u zelf doen totdat de dierenarts komt:
Denk allereerst aan uw eigen veiligheid. Paarden met koliek vertonen ander gedrag dan normaal en zijn vaak erg onvoorspelbaar. Bij hevige koliek kunnen ze onverwachts gaan liggen en rollen. Probeert u vooral niet om dit tegen te gaan, want dat wint u nooit. Dat een paard gaat liggen is niet erg en u kunt dit vaak niet voorkomen. Het enige wat soms verlichting kan bieden is stappen aan de hand. Dit hoeft niet eindeloos, 20 minuten per uur is voldoende. Wanneer de dierenarts komt, vraagt hij of zij wanneer het paard gemest heeft. U kunt deze laatste mest alvast apart bewaren voor onderzoek.

Schermafbeelding 2013-12-09 om 13.58.59 Schermafbeelding 2013-12-09 om 13.59.09Infecties van luchtwegen komen bij paarden veelvuldig voor. Vaak is een virus de oorzaak. De meest voorkomende zijn herpes-, influenza-, adeno-, reo- en rhinovirussen. Welk virus de veroorzaker is, kan men aan het paard niet zien. De verschijnselen lijken op elkaar en zijn heldere neusuitvloeiing, sloomheid, hoesten, koorts en zwelling van de lymfeknopen. Equine Herpesvirus type 1 (EHV-1) kan daarbij ook neurologische verschijnselen en abortus veroorzaken.

Als gevolg van een virale infectie kunnen bacteriën een secundaire infectie veroorzaken omdat respiratoire afweermechanismen verzwakt worden door deze virussen. Deze secundaire bacteriële infecties (anders dan bij droes) worden veroorzaakt door bacteriën die in de bovenste luchtwegen zitten en zich acuut vermenigvuldigen. De verschijnselen zijn wit-geel en soms groen snot, sloomheid aanhoudende koorts, afwijkende long en keelgeluiden en afwijkende bloedwaarden.

Uiteindelijke kunnen deze infecties leiden tot ontstekingen van de sinussen, luchtpijp of een forse longontstekingen: (pleuro-)pneumonie. Streptococcus Equi Zooepidemicus is de meest voorkomende opportunistische longbacterie. Tevens komen veelvuldig voor Actinobacillus equuli, Bordetella bronchiseptica, Escherichia coli, Pasteurella spp en Pseudomonas aeruginosa.

Streptococcus equi equi is de veroorzaker van droes en komt voor in de voorste luchtwegen. Deze  kan ziekteverschijnselen veroorzaken zonder predsiponerende oorzaken.

Een andere primaire bacteriële ziekteverwekker is Rhodococcus equi, die in de diepere luchtwegen zit van veulens jonger dan 5 maanden oud. Deze veroorzaakt abcessen in de longen en een typische reutelende ademhaling.

Niet-infectieus
Steriele ontstekingen van de luchtwegen veroorzaken vaak een verminderd uithoudingsvermogen en reutelend geluid op de luchtpijp. De ontstaanswijze is vaak onbekend maar virussen, allergieën en omgevingsfactoren spelen een rol.

Allergieën
Blootstelling aan organische stoffen kan bij paarden een allergische reactie op de luchtwegen veroorzaken. In de volksmond wordt dit beeld in de meest ernstige vorm dampigheid genoemd. Oudere paarden kunnen hier een genetische predispositie voor hebben. In de diepere luchtwegen ontstaat een obstructie door samenknijpen van de bronchiën en overmatige aanmaak van slijm. De ernst van de klinische verschijnselen kan variëren van verminderd uithoudingsvermogen tot  benauwdheid in rust. Deze verschijnselen kunnen acuut voorkomen in bepaalde seizoenen maar wanneer deze chronisch worden blijft het paard continu benauwd.

Diagnostiek
Het ademhalingsorgaan is goed te onderzoeken met diverse diagnostische hulpmiddelen. Neusswabs zijn niet geschikt voor onderzoek aan de diepere luchtwegen maar juist wel bij paarden die verdacht zijn van droes. Endoscopisch onderzoek geeft een direct beeld van de voorste luchtwegen, luchtzakken, luchtpijp en hoofdbronchiën. Indicaties voor dit endoscopisch onderzoek zijn bijgeluiden, inademingsproblemen, verminderd uithoudingsvermogen en een- of beiderzijdse neusuitvloeiing. Röntgenfoto’s van het hoofd geven een beeld van botafwijkingen van het schedel, afwijkingen van de sinussen (ontstekingen van de sinussen, kieswortels en cysten), luchtzakken en weke delen (epiglottis en zachte gehemelte). Ook voor de diepe luchtwegen geven röntgenfoto’s informatie over longweefsel, middenrif en mediastinum. Afwijkende massa’s (nieuwvormingen en abcessen) kunnen in beeld gebracht worden.

De meest belangrijke technieken voor onderzoek aan de diepere luchtwegen zijn transtracheaal spoelsels en bronchoalveolaire lavage (BAL-spoeling). Een transtracheale spoeling wordt uitgevoerd om een kweek te kunnen maken van een bacteriële- of schimmel infectie van de diepere luchtwegen. De BAL-spoeling geeft het cytologisch (cel-)beeld weer van de diepere luchtwegen bij paarden met diffuse niet-infectieuze luchtwegaandoeningen.

Echo van de borstholte geeft informatie van vloeistof in de borstholte, dichtheid van longweefsel en eventuele abcessen.

Preventie
Vaccineren voorkomt geen luchtweginfecties maar vermindert de ernst en duur bij paarden die op correcte wijze gevaccineerd zijn. Dit is afhankelijk voor welke ziekte en met welk vaccin geënt wordt. Ondanks het de oorzaak van de luchtweginfectie zijn omgevingsfactoren en ondersteunende zorg erg belangrijk om herstel te stimuleren. Een stof- en ammoniakvrije stal voorkomt verdere schade aan slijmvliezen en trilhaarepitheel. Kwalitatief goed voer voorkomt gewichtsverlies en ondersteunt genezing. Voldoende en schoon drinkwater zorgt ervoor dat het slijm niet te taai wordt en makkelijker afgevoerd kan worden. Een comfortabele en droge stal met een optimale temperatuur geeft het paard volledige rust en vermindert de bijdrage van de luchtwegen aan thermoregulatie.

Schermafbeelding 2013-12-09 om 14.06.44 Schermafbeelding 2013-12-09 om 14.07.01In het voorjaar en vroege zomer zien we de meeste uitingsvormen van allergieën die daarbij elk jaar erger kunnen worden. Overgevoeligheid voor insecten, m.n. Culicoides, komt veel voor en wordt geassocieerd met zomereczeem. Echter alle bijtende insecten kunnen een overgevoeligheidsreactie opwekken en paarden zijn dan ook vaak allergisch voor meerdere insecten. De eerste verschijnselen zijn een rode huid en grote, platte, ronde zwellingen of knobbeltjes met of zonder korstvorming. Heftige jeuk beschadigt de huid en zorgt voor haarverlies waardoor secundaire infecties kunnen ontstaan. De huid raakt verdikt, rimpelt en wordt vochtig. Het voorkomen of verminderen van deze insectenbeten is  zeer belangrijk en paarden dienen op stal gehouden te worden, wanneer er buiten veel insecten actief zijn. Vliegendekens en insecticiden tegen vliegen dienen op tijd gebruikt te worden. Bij herhaaldelijke terugkeer van deze allergische reacties kunnen allergietesten gedaan worden om te bepalen welke groep stoffen de prikkel veroorzaakt. Dit kunnen o.a. mijten, pollen, schimmels, grassen, zaden ,bomen en insecten zijn.  Na het uitsplitsen van de betreffende groep, kan een desensibilisatie vaccin gemaakt worden. 50-70% van de paarden reageert goed op deze behandeling.

Parasieten
Andere oorzaken van jeuk bij het paard zijn parasieten. Mijten en luizen kunnen heftige jeuk veroorzaken, welke herkenbaar zijn aan typische kale plekken. Met het blote oog zijn de luizen al vaak zichtbaar bij onderzoek van de huid. Onchocerciasis zijn larven die in de paardenhuid leven. Adequate ontworming met ivermectine of moxidectine voorkomt infectie met deze parasiet.

Schimmel
Schimmel wordt in de volksmond ook wel ringworm genoemd vanwege de vaak typisch ringvormige laesies die op de huid ontstaan. Echter hoeft een schimmel niet altijd ringvormig te zijn  maar kan ook asbest-achtig of als bultjes zichtbaar zijn. De haren rondom deze plekken gaan rechtop staan. Later worden dit kale plekken waarin opnieuw haren groeien (ring). Indien er twijfel is, kan er een kweek gemaakt worden. Schimmel geeft meestal geen jeuk. Meest voorkomende plekken zijn het hoofd en de rug. Schimmel is besmettelijk voor andere paarden door direct contact of via dekens, zadeldekjes, borstels etc. De schimmelsporen kunnen overleven in de omgeving.  Niet elk paard op stal wordt besmet; dit is afhankelijk van de afweer en het eventueel drager zijn.  Dragers krijgen schimmeluitslag wanneer de afweer afneemt. Tevens is de schimmel een zoönose voor mensen..

Regenschurft
Paarden die langdurig in een vochtige omgeving staan, kunnen dermatophilosis ontwikkelen. Deze ziekte, ook wel regenschurft genoemd, wordt veroorzaakt door bacteriën en wordt soms  verward met een schimmelinfectie. De bacteriën leven op de huid en veroorzaken natte korsten waarbij ook pus gezien wordt. Wanneer je de korsten verwijdert, zie je de basis van de haren door de huid heen groeien. Bij milde gevallen kunnen de korsten verwijderd worden door de plekken te wassen met Betadine shampoo. Wanneer de diepere lagen van de huid aangetast zijn, is een behandeling met antibiotica nodig.

Het stellen van de juiste diagnose en instellen van de goede behandeling is niet altijd eenvoudig en moet samen met uw dierenarts worden uitgevoerd. Vaak duren de toegepaste therapieën enkele weken. Het kan erg nuttig zijn om zelf de vooruitgang in beeld te brengen met foto’s om zo de therapie optimaal aan te passen en een snelle genezing te verkrijgen.

Informatie volgt z.s.m

Tandheelkunde

tandheelkunde pony‘Regelmatige gebitscontrole houdt uw paard gezond en verbetert uw rij-technische resultaten’.

Naast vaccineren, hoefverzorging en ontwormen is gebitsverzorging is een zeer belangrijk onderdeel van de preventieve zorg die een paard nodig heeft. Bij Diergeneeskundig Centrum De Vallei wordt de tandheelkundige zorg verleend door erkend paardenarts Hans den Rooijen. Sinds de zomer van 2009 heeft Hans veel ervaring opgedaan als paardenarts in twee verschillende klinieken. Hierbij heeft hij veel ervaring opgedaan m.b.t. de tandheelkunde van het paard. Tijdens de studie heeft hij een aanvullende opleidingscursus gevolgd voor paardentandheelkunde. Sinds zijn afstuderen volgt hij extra nascholing en is sinds dit jaar lid van de NVVGP, de Nederlandse Vereniging voor gebitsverzorging bij het paard.  Indien er geen eet- of rijtechnische problemen zijn, wordt de noodzaak van een gebitsbehandeling met de mondinspectie bepaald. Om een goed beeld te krijgen van alle elementen, gebruiken we een mondsperder. Het ene paard staat dit makkelijker toe dan het ander. Indien dit voor het paard als vervelend wordt ervaren, passen we een lichte sedatie toe, om onnodige stress te voorkomen. Voor de behandeling van gebitten wordt over het algemeen gebruikt gemaakt van een verdoving, tenzij het paard dit zonder al te veel verzet toelaat.

tandheelkunde paardNaast jaarlijkse tandheelkundige controles en het nauwkeurig tandheelkundig uitbalanceren van het paard zonder ernstige problemen, beschikt Diergeneeskundig Centrum ‘De Vallei’ ook over de kennis en de apparatuur om gespecialiseerde tandheelkundige ingrepen uit te voeren. Uitboren van diastasen en tandextracties zijn op de kliniek mogelijk. Wij maken gebruik van moderne apparatuur van Capps Manufacturing, Inc. Voor het maken van een afspraak of meer informatie kunt u contact opnemen met onze kliniek. Indien u specifieke vragen heeft brengen zij u in contact met de dierenarts.

Diastasen of spleetjes tussen de kiezen kunnen problemen veroorzaken, wanneer voedselresten zich daar ophopen. Deze voedselresten veroorzaken een ontsteking van het tandvlees. De ontsteking kan zo ernstig worden dat het paard niet of nauwelijks kan kauwen.. Wanneer de prop langs de kiezen naar achteren wordt verplaatst, wordt er druk op de pijnlijke diastase uitgeoefend. Op dat moment laat het paard het voer als een prop of rol uit de mond vallen. Als dit langere tijd aanhoudt, zal het paard gaan vermageren doordat er te weinig voer wordt opgenomen.
Afhankelijk van de grootte en de vorm van de diastase wordt er een behandeling bepaald. Het goed schoonmaken van de diastase en een aanpassing in het rantsoen geeft soms al voldoende herstel van het teruggetrokken, ontstoken tandvlees. Mogelijke behandelingen zijn het opvullen of uitslijpen van de diastase zodat voerdelen er niet tussenkomen of er makkelijk uitvallen. Het verwijderen van een kies is de laatste optie.
Een paard wisselt zijn melkgebit voor een blijvend gebit tussen 2,5 en 5 jarige leeftijd. Bij het wisselen wordt het melkelement door het blijvende element uit de kaak gedrukt. Soms blijft een melkkies deels of geheel als een bierflesdop op de blijvende kies zitten en veroorzaakt deze kauwproblemen. Met behulp van een “doppentang” verwijderen we deze melkkiezen zodat de blijvende kies kan doorgroeien en het paard weer optimaal kan kauwen.
Een wolfstand of- kies is een kleine tand die net voor de eerste kies in de kaak zit. Vaak is dit tandje zichtbaar maar het kan ook net onder het tandvlees liggen of afwezig zijn. Wolfskiezen kunnen rij technische problemen veroorzaken omdat het bit op deze kleine tand drukt. Het paard vertoont dat verzet op het bit bij inbuigen naar de kant van de wolfstand. Ook kan zich dit uiten in plotseling hoofdschudden bij aanspannen van de teugel.

Mocht het paard problemen ondervinden met rijden of lijkt dit in de toekomst een probleem te worden, dan kunnen we wolfskiezen operatief verwijderen. Dit kan meestal makkelijk thuis of op stallocatie gedaan worden. Soms zijn de tanden fors van grootte en maken we eerst een röntgenfoto om te kijken hoe de wortel verloopt. Dit doen we op de kliniek waarbij we het paard in een opvoelbox zetten en optimaal te kunnen werken in alle rust.

Voortplanting

Voor de begeleiding van uw merrie en veulen bent u bij de Vallei op het juiste adres. Wij bieden de mogelijkheid om de merrie thuis of aan de kliniek te laten scannen. Ook voor het veulenen bieden we de mogelijkheid de merrie bij ons te plaatsen om optimale omstandigheden te creëren.

In Nederland wordt kunstmatige inseminatie (KI) in de huidige tijd vaker toegepast dan natuurlijk dekken. Ondanks dat KI niet bij ieder stamboek wordt toegestaan, heeft dit vele voordelen. Zowel de hengst als de merrie hoeven niet meer te reizen voor een dekking en voor overdraagbare ziekten en verwondingen zijn de risico’s kleiner.  Het juiste moment van dekken is juist dan van groot belang. Wij bieden de paardenfokker onze dienst aan om dit optimaal te begeleiden.  Het bepalen van follikelgrootte, juiste inseminatiemoment, insemineren, beoordelen spermakwaliteit, beoordeling en behandeling van mogelijke complicaties zijn onderdelen van het veelomvattende begeleidingspakket wat wij aanbieden.  Wij werken met moderne echoapparatuur van Pie Medical Esaote en maken gebruik van een Tringa Linear en de MyLabOne.

Schermafbeelding 2013-10-07 om 10.01.57  Schermafbeelding 2013-10-07 om 10.01.44

Bij de keuze om niet natuurlijk te dekken kan er gebruik gemaakt worden van gekoeld of bevroren sperma. Diepvriessperma heeft een kortere levensduur in de merrie dan vers of gekoeld sperma. Daarom is het belangrijk om bevroren sperma zo kort mogelijk rondom de ovulatie te insemineren. Om de kans op dracht te optimaliseren, wordt de merrie meerdere keren per dag gescand gedurende dag en nacht. Zoals men zich kan voorstellen, is dit bij de paardenhouder aan huis praktisch onmogelijk.  Deze merries kunnen bij ons op de kliniek of op het revalidatiecentrum ‘De Hofstede’ geplaatst worden voor deze begeleiding.

Voor dekkingen met gekoeld sperma wordt er in de meeste gevallen om de 48 uur gescand. Dit kan in veel gevallen aan huis.  Uiteraard kunnen deze merries ook bij ons gestald worden voor de begeleiding of kunt u de merrie aan de kliniek aanbieden voor het maken van de echo.

Chirurgische ingrepen

Diergeneeskundig centrum De Vallei heeft volledig ingerichte operatieruimtes. Iedere operatieruimte is voorzien van een gas anesthesie systeem en automatische operatietafels. Gasanesthesie heeft als voordeel dat het dier goed in de gaten wordt gehouden omdat het dier aan bewakingsapparatuur komt te liggen. Het narcosegas zorgt voor een diepe slaap die goed gecontroleerd kan worden. Naast het anesthesiegas (isofluraan) krijgt het dier ook zuurstof toegediend. Er wordt op een monitor nauwkeurig in de gaten gehouden of het dier goed in- en uit ademt door het meten van het gehalte aan koolstofdioxide wat wordt uitgeademd (capnograaf). Daarnaast worden patiënten afhankelijk van de ingreep aan de hartbewaking gelegd tijdens operaties.

Er zijn 3 operatie ruimtes:

  • OK paard
  • OK gezelschapsdieren
  • Tandheelkundige OK

Bij paarden worden alle nutsoperaties (castraties, breuken, etc.), orthopedische operaties, artroscopie van gewrichten, uitgebreide operatieve wondbehandeling en beperkte koliekchirurgie uitgevoerd. Naast onze eigen dierenartsen is op oproep basis Carmen Scheffer, Europees Specialist Chirurgie Paard, verbonden aan DGC De Vallei.

Algehele anesthesie paard
Wanneer u uw paard komt brengen voor een operatie, zal de assistente u van informatie voorzien. Paarden hoeven niet te vasten voor de operatie en worden, voorafgaand aan de narcose, door de dierenarts onderzocht. Vervolgens wordt er een katheter in het bloedvat aangebracht, dit is een soort siliconen buisje. Hierdoor kan het anesthesiemiddel makkelijk toegediend worden. Daarnaast dient de katheter ervoor om infuus vloeistoffen toe te dienen tijdens de narcose. Het dier wordt eerst suf gemaakt met een sedatiemiddel om vervolgens ontspannen de inductiebox ingeleid te worden. Hier krijgt het paard de volledige anesthesie dosis om in slaap te vallen. De inductiebox en de ‘recoverybox’ zijn beiden rondom voorzien van kussens zodat het dier zichzelf niet kan beschadigen wanneer het gaat liggen of wanneer het weer wakker wordt. Als het paard onder narcose is gebracht, wordt het paard met een speciale takel op de paardenoperatietafel gelegd. Hier wordt er via de mond een tube (een siliconen buis) in de luchtpijp aangebracht om het paard van zuurstof en narcose gas te voorzien. Tijdens de gehele anesthesie is er een anesthesie assistent aanwezig die de diepte van de anesthesie van het paard nauwkeurig in de gaten houdt. Tijdens de anesthesie krijgen paarden altijd infuus toegediend. Het operatiegebied wordt geschoren en gewassen, waarna de chirurg de ingreep zal uitvoeren. Als de operatie voltooid is, wordt het paard met de takel van de operatietafel in de recovery ruimte geplaatst om weer rustig wakker te worden. Hier wordt de recovery met behulp van een camera nauwkeurig gevolgd. Wanneer het paard begint met overeind te komen, helpt een assistente vanaf een veilige plek bij het opstaan.

Het castreren van paarden wordt op onze kliniek enkel op de praktijk gedaan. Hierbij hebben wij gekozen om dit enkel onder algehele narcose te doen. Wij streven er na om onder optimale omstandigheden te werken en het risico op complicaties zo laag mogelijk te houden. Castraties bij het staande paard worden bij ons dan ook niet gedaan.

  • Afhankelijk van de situatie castreren we ‘bedekt’ via de lies. Hierbij worden er twee relatief kleine sneden gemaakt bij het lieskanaal. De testikels worden afgebonden en verwijderd. De wond wordt vervolgens in twee lagen gehecht, waardoor deze geheel gesloten is. Het risico op  infecties en een darm-prolaps is zo minimaal.
  • Klophengsten worden op gelijke wijze gecastreerd, wanneer de bal in het lieskanaal te vinden is. Wanneer deze in de buikholte zit, wordt de ingreep complexer. Voor deze paarden worden we bijgestaan door onze externe specialist, Carmen Scheffer.
  • Een goedkopere optie is het ‘half-bedekt’ castreren. Hierbij wordt het scrotum (de balzak) ingesneden en de testikels vervolgens onderbonden en verwijderd. Er blijft een open wond over, die vervolgens zelf moet genezen.

Voor meer informatie omtrent de bovenstaande opties, prijzen, etc., kunt u contact opnemen met de praktijk.

Revalidatie

Informatie volgt z.s.m


Openingstijden

Maandag: 08.00 - 18.00
Dinsdag: 08.00 - 20.00
Woensdag: 08.00 - 20.00
Donderdag: 08.00 - 18.00
Vrijdag: 08.00 - 20.00
Zaterdag: 10.30 - 11.00

Consult op afspraak of tijdens inloopspreekuur

Inloopspreekuur

Maandag: 08.00 - 09.30
Dinsdag: 18.30 - 20.00
Woensdag: 08.00 - 09.30
Donderdag: 08.00 - 09.30
Vrijdag: 18.30 - 20.00
Zaterdag: 10.30 - 11.00

Contact

Diergeneeskundig Centrum de Vallei
J.F. Kennedylaan 4
3931 XK Woudenberg
Tel: 033 – 2863276
info@devallei.com

24 uur per dag bereikbaar!

Privacy verklaring